CAN aansluit-tips voor inbouwers

Beijer CAN clients
Het aansluiten van interfaces of andere apparaten op een CAN bus behoeft speciale zorg. Hieronder volgen een aantal belangrijke aandachtspunten:

Stroomverbruik
De CAN bus mag nooit gebruikt worden als stroombron! Het netwerk kan namelijk slechts een aantal milli-ampère leveren en daardoor heeft elk extern aangesloten apparaat direct invloed op de spanningsniveau’s op de CAN bus en daarmee op de werking ervan. Zorg er dus altijd voor dat het aan te sluiten apparaat een eigen voeding heeft!

Aansluitlocatie
De algemene gedachte dat de data op een CAN bus door het hele voertuig gelijk is, gaat zeker niet altijd op! In veel voertuigen zitten namelijk zogeheten CAN-gateways. Deze gateway kan data manipuleren en/of filteren, waardoor de data vóór en na de gateway kan verschillen! Vaak is de draadkleur voor en na een gateway wel gelijk, waardoor verwarring op kan treden. De enige manier om dit altijd goed te doen is simpelweg de aansluitpositie uit de In-Car instructies te gebruiken. Deze zijn namelijk áltijd getest en goed bevonden.

Verlengen
De CAN bus in de auto heeft net als elk ander elektronisch circuit een bepaalde weerstand. Deze totale weerstand wordt onder meer bepaald door de lengte van de bedrading in het voertuig. Om deze reden is het belangrijk dat de afstand tussen de aansluiting en het aan te sluiten apparaat zo kort mogelijk is.

Solderen
Voor het maken van de verbindingen tussen de CAN bus en het aan te sluiten apparaat wordt vaak een soldeerverbinding gebruikt. Een veel voorkomende fout hierbij is dat er een elektrische soldeerbout gebruikt wordt om de verbindingen te maken. Overal waar stroom loopt, is sprake van een elektrisch veld. Aangezien er bij soldeerbouten (om de hoge temperatuur te bereiken) vrij veel stroom gaat lopen, is er ook een groot elektrisch veld aanwezig. De kans bestaat dat dit elektrisch veld voor storingen zorgt op de CAN bus, dan wel op andere elektrische circuits in de auto. Om die reden adviseren wij om altijd een gassoldeerbout te gebruiken.

Doorknippen
Zorg ervoor dat u altijd een aftakking van de CAN bus maakt, met andere woorden, knip nooit de CAN bus draden door om uw apparaat aan te sluiten. Hiermee voorkomt u namelijk dat de door u gemaakte nieuwe verbinding bepalend wordt voor de werking van de originele voertuig CAN bus.

Bus actief?
Bij het aansluiten van apparaten op de CAN bus verdient het de absolute voorkeur om eerst te wachten tot de CAN bus niet meer actief is. Bij het maken van een aansluiting kan het namelijk voorkomen dat er – door bijvoorbeeld een kortstondige kortsluiting – foutmeldingen op de CAN bus komen. Deze foutmeldingen kunnen serieuze “schade” aanrichten, met soms zelfs een computer reset als laatste remedie.

Geen reacties meer mogelijk.