Laatst werd onze helpdesk gebeld door een installateur die problemen ondervond bij de inbouw van een taximeter. Voor het benodigde snelheidsignaal had hij een Beijer CAN Interface (BCI) aangesloten op de CAN-bus van de auto. Van alles had hij geprobeerd maar het wilde maar niet lukken de taximeter werkend te krijgen. Hij vroeg zich af of het misschien aan de BCI kon liggen.

Stap voor stap hebben we alle voorwaarden voor een succesvolle BCI installatie met de installateur doorgenomen, maar al snel bleek dat hij alles goed had gedaan. De aansluitingen die hij gemaakt had klopten en ook het initialisatieproces was goed doorlopen: de BCI had de auto herkend. En toch wilde de taximeter maar niet oplopen als hij met de auto ging rijden. Terwijl de snelheidsmeter van de auto dat wel deed. Toen we alle voorwaarden voor een goedwerkende BCI met hem doornamen, bleek dat deze auto op een hefbrug stond. Omdat de auto voorlopig nog niet verplaatst kon worden en men wel alvast wilde controleren of het systeem goed functioneerde, werden de aangedreven voorwielen vrijgemaakt zodat er ‘gereden’ kon worden om te controleren of de taximeter zou oplopen. Maar die liep niet op, ondanks dat de snelheidsmeter van de auto wel snelheid aangaf. Toen de auto, na het gesprek met onze helpdesk, uiteindelijk op zijn vier wielen stond en er echt gereden kon worden, bleek de taximeter wel goed te functioneren. Probleem opgelost.

Om deze situatie te verklaren gaan we kijken naar factoren die een rol spelen. De belangrijkste factor is de waarde van het snelheidsignaal op het netwerk van de auto, de locatie van deze waarde en de hoedanigheid van deze waarde. Om dit te begrijpen moeten we even terug naar het ontstaan van het snelheidsignaal in een auto. In de basis komt een snelheidsignaal altijd van de wielen in de vorm van analoge pulsen die de ABS-unit ontvangt van één of meerdere wielen. Vervolgens wordt het signaal van één of meerdere wielen (al dan niet aangedreven) omgezet naar een digitale waarde die op één of meerdere CAN-bussen van de auto wordt geplaatst. De snelheidsmeter kan bijvoorbeeld alleen de waarde van het linker voorwiel aangeboden krijgen maar evengoed alleen die van het rechter achterwiel. Ook is het mogelijk dat de snelheidsmeter alleen een berekende waarde krijgt die voortkomt uit de signalen van meerdere wielen. Het is maar net hoe de autofabrikant het bedacht heeft. De snelheidsmeter zal vervolgens op basis van de waarde die het krijgt aangeboden, een snelheid tonen aan de bestuurder. En op dezelfde manier hebben onze engineers bedacht met welke snelheidswaarde de BCI het beste werkt en welke locatie/CAN-bus daar het meest geschikt voor is.

En zo kan het gebeuren dat de snelheidsmeter zijn snelheidsinformatie via een andere CAN-bus ontvangt dan de BCI. Dit hoeft echter niet automatisch tot bovengenoemde situatie te leiden. De BCI zou namelijk dezelfde snelheidswaarde kunnen lezen, mits deze ook op de andere CAN-bus aanwezig is. Dan zou de snelheid van de taximeter gewoon oplopen, ondanks dat alleen de aangedreven wielen draaiden. In dit specifieke geval echter las de BCI een andere snelheidswaarde (een die pas opliep bij vier draaiende wielen) waardoor de taximeter geen snelheid aangaf.

Conclusie: controleer de werking van het aftermarket-systeem na een installatie altijd rijdend met vier wielen op de grond.

Geen reacties meer mogelijk.